Zwaar

Bij DWDD was laatst Tjalf Sparnaay te gast die het succes van zijn mega-realistische schilderijen mocht komen uitleggen. Tjalf Sparnaay maakt grote schilderijen van bijvoorbeeld een bakje patat, een gebakken ei, een vaatwasser. Het lijken uitvergrote foto’s op (te) glimmend papier, maar het is dus geschilderd. In Amerika wordt voor zijn werken grof geld betaald, in Nederland wordt hij niet helemaal serieus genomen. Er was maar 1 museum dat een tentoonstelling aan hem wijdde, en de directeur deed dat vooral om jongeren in aanraking te laten komen met schilderkunst.

Was ‘Nederland’ (wie zijn dat eigenlijk?) weer eens te krenterig in hun oordeel en werd Tjalf ten onrechte zijn succes niet gegund? Zijn vakmanschap en virtuositeit staan buiten kijf, maar is het meer dan dat? Is het kunst? Museummateriaal?

Erben Wennemars vatte de koe bij de hoorns en vroeg wat de diepere laag was, wat er nou achter zat, kijkend naar het glimmende ei achter hem.

Tjalf Sparnaay deed toen iets merkwaardigs, hij ging namelijk zelf, tamelijk zelfvoldaan ook, zijn gebakken ei duiden. Het ei was een symbool voor het leven, iets universeels, iets moois, een zon, een wolkje, een spiraal, een spiraalnevel, het begin van het leven, iets vrolijks.
Maar het is ook gewoon een eitje, zei Matthijs van Nieuwkerk die tenminste oog had voor het realisme.
Ja, zei Sparnaay, maar in ieder geval moest het zware verhaal, waar hij het volk beslist niet mee wilde opzadelen, want hij was geen dominee, wel onder een beeld zitten, wilde het een goed schilderij zijn.
Ervan uitgaande dat hij zijn eigen schilderijen mooi vindt, hebben ze dus allemaal een zware ondertoon.
Was het een bokswedstrijd geweest dan had ik nu iets van drie uppercuts gehad en twee linkse hoeken. Ik kreeg tien tellen (die je bij dwdd sowieso nooit krijgt) en krabbelde weer overeind. Wat zei hij nu precies? Bij zulke (over)realistische beelden vergaap je je meer aan het hoe (krijgt hij dat voor elkaar?) dan aan het wat (betekent het?), lijkt me. Ook heel flauw om de onderliggende gedachte of duiding een ‘zwaar verhaal’ te noemen. Hij wilde ons niet opzadelen met die ballast, maar dat deed hij dus wel. Hoe beduidend lichter was het geweest als hij had gezegd dat zijn werken zijn wat ze zijn en voorstellen wat ze voorstellen en dat niet ieder beeld een zware ondertoon nodig heeft om een goed schilderij (beeld) te zijn. Nu ben ik weer degene die het zware werk moet opknappen.

Nico Dijkshoorn vond in zijn dichterlijk commentaar dat perfectie met een heel klein knikje zo veel mooier was dan Tjlafs perfectie en dat knikje kon niet beter geïllustreerd worden door het optreden van Indian Askin, zei Dijkshoorn, die hij voor de uitzending al gezien had en daar had hij helemaal gelijk in. Die bas alleen al. Berezwaar, maar o zo lekker!

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , , . Bookmark de permalink.