Zomergast Simone van Saarloos

Ik keek gisteravond zomergasten terug met Simone van Saarloos, terwijl ik gepijpt werd. Een beetje onhandig omdat ik daardoor het eerste filmfragment miste, maar dat scheen ook niet zo opwindend te zijn. Een voordeel namelijk van niet live naar zomergasten kijken is dat je de recensies al gelezen hebt, zodat je lekker bevooroordeeld achterover kunt leunen in het kussen van die meningen. Sommige recensenten waren zelf ook niet zonder vooroordelen; een vrouw van 25 die zich filosoof noemt, dat is vragen om een tenenkrommende avond, want ze is te jong om iets van het leven te snappen en een beetje (standvastige) filosoof is dood.

De meeste kijkers waren (dus) op voorhand al afgehaakt, getuige de 300.000 kijkers.
Maar goed, wat men niet wist is dat die van Saarloos natuurlijk geen 25 is, maar 35. En laat je niet misleiden door het lange haar en de krulletjes, want ze is een vent, in het echte leven. Dat zag ik meteen.

Op het onderdeel een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd, scoorde ze erg hoog, daar hadden alle recensenten gelijk in. Werkelijk bloedserieus, deze gast. Maar goed, wat ik al zei, een beetje filosoof is dood. Ze was al aan het oefenen.

Twee totaal verschillende fotografen passeerden de revue, Gregory Crewdson en Charlotte Dumas. Crewdson maakt super geënsceneerde foto’s, met een hele filmcrew om hem heen, waarin hij dicteert als een dictator. Centimeter voor centimeter. De foto ziet eruit als een still uit een film. We zagen een uitgerangeerde taxistandplaats met een droevige taxi-chauffeur, in de taxi met openstaande deur, en een vrouw die haar jurk optilde, staand in de modder. Een geënsceneerde desolatie.
Dumas fotografeert met name dieren. We zagen in het fragment wilde paarden die stonden te staan in een verlaten dorpje in Nevada, Amerika. Ik had daar al over gelezen; hoe saai die paarden waren en dat het zo lang duurde om naar iets onbeweeglijks te kijken. Op het moment dat die paarden daar zo prachtig stonden te niksen, kwam mijn zoontje van 5 binnen samen met zijn neefje van 11. Die laatste zei: zit je naar een stilstaand beeld te kijken? Ik mompelde van nee, waarop mijn zoontje opeens riep: Nee, dat paard daar beweegt! Hij wees er naar met zijn wijsvinger. Ze bleven er allebei naar kijken.

Ik vond het sterk dat Van Saarloos haar antwoord op de vraag wat voor verhaal ze zag in de foto van Crewdson, luidde: Niks. Het was al zo overduidelijk wat het verhaal was dat ze geen zin had om daar over na te gaan denken. De Jong zag je vertwijfeld reageren, hoe kon ze daar nou geen verhaal in zien? Ze hield voet bij stuk en zei dat ze de foto wel mooi en interessant vond, ook al vond ze Crewdson buitengewoon irritant dat hij zo zonder twijfel regeerde over zijn creaties. De Jong maakte een vergelijking met haar schrijven, dat haar woorden ook maar op één manier neergezet konden worden. Ze knikte, maar dat was meer om er maar van af te zijn. Ik weet het ook niet zeker, maar ik denk dat als toeval niet meer in je werk mag zitten, dat de ziel er dan wordt uitgewerkt. Er kan geen lucht meer bij. Zoiets, ik kan het niet zo goed verwoorden, ik ben niet zo goed met taal.

Die paarden van Dumas vond ik erg mooi. Een schilderij waarin af en toe iets bewoog. Waar Crewdson een verhaal bevriest, ontdooit Dumas een stilleven. Een staart die omhoogwappert, het losjes schudden van de manen, twee paarden in de achtergrond die tegen elkaar opstijgen en wat ook heel fijn was dat er geen geluid, geen soundtrack bij werd afgespeeld. En het perspectief van Dumas was ook prettig dicht bij de grond, in tegenstelling tot dan van Crewdson, dat nogal uit de hoogte was.

Mijn zoontje die toevallig een stukje meekeek, schrok dat er opeens beweging was in die foto. Een prettige schrik. Een verrukking.

Wel jammer dat haar commentaar op Dumas veel minder sterk was dan op Crewdson. Weigerde ze bij hem te gaan interpreteren, bij Dumas waren de paarden een metafoor voor iets abstracts waar geen hond brood van lustte. Maar wellicht maakte ik dezelfde fout als De Jong toen die haar antwoord eigenlijk niet kon geloven, want ik was teleurgesteld dat ze niet zoiets moois als ik erover kon verzinnen. Maar goed, ieder zijn talent.

Wat ik verder opmerkelijk vond was dat zij een voorstander is van een bekaderde vrijheid: een spel bijvoorbeeld of een afspraak, waarin de uitkomst niet zeker is, ongewis. Toevallig had ik vorige week net een gedicht geschreven dat eindigt met datzelfde woord. Om precies te zijn ‘ongewisse’, wat natuurlijk net iets mooier is. Ik probeerde als het ware die paarden van Dumas in mijn schrijven te krijgen, maar die domme beesten slaan altijd op de vlucht als je ze wilt vangen met een pen.

Wat ik miste was dat ze niet vertelde welke filosofie ze aanhangt, behalve dan dat ze een voorkeur heeft voor paradoxen en tegenstellingen. En de vrijheid om te zeggen dat je iets niet weet. Nu ik erover nadenk, wilde ze eigenlijk zeggen dat we op zoek moeten naar nieuwe verhalen, naar avontuur, naar het ongewisse, op basis van andere uitgangspunten dan de geïndustrialiseerde, mannelijke versie. Nieuw elan. Misschien is ze toch wel 25.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , , . Bookmark de permalink.