Wonderful

Vanochtend botste ik bijna tegen een dame aan en ik wist meteen weer wat ik laatst was vergeten.

Vorige week zaterdag fietste ik namelijk met mijn zoontje richting de Lijnbaansgracht. Bij het Amstelhotel stak een mevrouw over met nogal veel haarlak in haar haar dat ook geen natuurlijke kleur had. Haar man die er naast liep was zo onopvallend mogelijk gekleed. Wat meteen opviel: ze kauwde op een kauwgommetje. Haar mond ging steeds even open om het stukje in haar mond rond te laten tollen. Ze leek net een vis op het droge met ADHD. Het was geen gezicht in ieder geval.

Kauwgom kauwen. Dat deed de dame waar ik bijna tegen aan botste ook.

Mijn zoontje zit op Breakdance omdat hij graag popping en locking wil leren. Hij krijgt les van een jonge gast die zijn petje achterstevoren draagt. Koeler wordt het niet. De les heeft een prachtige opbouw. In het begin doen ze oefeningen om een beetje losser te worden. Trappelen, huppelen, ook op de Tiroler manier. Daarna begint de les met oefeningen waarbij ze leren op hun kop te staan en te draaien als een tol, op koele muziek. Meestal ga ik dan een rondje lopen. Het is zaak om op tijd terug te zijn voor de afsluitende oefening, want die is zo mooi.

Op het liedje What a wonderful world van Louis Armstrong wordt de les afgesloten. Ze leren op speelse wijze adem naar binnen te trekken en die heel relaxt weer los te laten. Ze kriebelen ook als apen onder hun oksels.

Het is zo’n mooie vondst van die leraar. Dat lied, die tekst, de kalmte. Zo in contrast met de hip-hop en dance van daarvoor. Ik heb het nu drie keer meegemaakt en ik krijg elke keer tegelijk een big smile en een brok van in mijn keel.

Op de terugweg zag ik een zwerver vlak voor het Leidseplein met een gitaar op zijn buik op de grond liggen. Zijn hoofd lag op zijn borst, zijn nek lag tegen de rand van een raamkozijn. Ik schrok. Was hij dood? Ik wilde stoppen, mijn zoontje erop attent maken, maar ik fietste door. Ik rekende op de mensen die langs die arme ziel liepen.

Bij het Rembrandtplein aten we een ijsje. Daar vroeg ik me af wat ik op de heenweg toch had gezien wat ik was vergeten.

En ik denk nu bij mezelf hoe onbelangrijk dat eigenlijk was.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.