Wad 3

We gingen boodschappen doen bij de Jumbo. Het was er veel te druk. Jongelui van nabij gelegen campings banjerden erdoorheen als verwende sprinkhanen. Ik had medelijden met het winkelpersoneel en probeerde ondertussen schuilplekken te vinden. De gesprekken die ik opving gingen voornamelijk over wie het beste nog de imaginaire boodschappenlijst kon herinneren. Hoogtepunt was een gesprek dat ik hoorde tussen twee grote meiden: ‘Oh ja,’ zei de ene terwijl ze haar ogen omhoog draaide om de genotsgraad aan te geven, ‘tandenpoetsen, ik hou van tandenpoetsen.’ ‘Ja, ik ook,’ zei de ander met een zucht.

Gisteren waren we allemaal bevangen door de hitte. Ik las buiten in de schaduw van een schuur een boek, terwijl de kinderen als bezigheidstherapie de planten in de tuin gingen besproeien met water. Met een emmer en een kopje. Nutteloos weliswaar, maar met liefde gedaan door V. die had te doen met de planten. Verderop was een boom met nog meer schaduw. Zou ik daar gaan zitten? Maar dan moest ik opstaan en de stoel verplaatsen. T. werd wanhopig dat V. niet met hem wilde spelen. Hij liep op de emmer af. ‘Niet doen,’ zei ik. Het mocht niet baten, hij duwde de emmer om en liep met tranen in de ogen naar het huisje. Ik stopte met lezen, de zinnen begonnen me te duizelen. Het was ook te warm om iets aan de kinderen te doen. Nog geen half uur later lagen we op het strand en speelden de kinderen in de zee als beste maatjes. Dat ze elkaar kort daarvoor nog voor rotte vis hadden uitgemaakt, was al lang weer vergeten. Echt al lang. Eb en vloed der gemoedstoestanden.

Op het strand zijn veel honden. Soms ontstaan er schermutselingen tussen honden die genoeglijk bij hun baasje liggen en nieuwsgierige voorbijgangers. Soms ontaard dit in geblaf en gedoe. Een vrouw die vlakbij ons zit, waarschuwde vantevoren een gezin dat voorbij zou lopen omdat haar teef loops was. Ze vertelde wat er een tijdje terug gebeurde op een ander strand met haar hond en een reu die de teef wel zag zitten. Dat ze uiteindelijk uit elkaar moesten worden getrokken. De vrouw kwam heel tevreden terug en vertelde aan haar man dat je maar beter dingen voor kunt zijn. De man zei niet veel terug en griste niet veel later een biertje uit de koelbox.

Ook vlakbij was een jonge vader in de weer met dezelfde stuntvlieger die wij ook hadden gekocht. Het was goed om te zien dat hij precies dezelfde problemen ondervond als ik. Vooral het ontwarren van de draden. Ook zijn oplossingen kwamen me bekend voor. Op het onderdeel geduld met je kind scoorde hij wel meer punten dan ik. Pijnlijk. Het enige excuus dat ik mezelf maakte was dat ik veel ouder was dan hij. Als ik tegenwoordig in de spiegel kijk en de grijze haren zie die her en der opduiken, dan moet ik aldoor denken aan een hond van mijn vader die op een dag grijze snorharen had.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.