Stilleven

Zojuist, tegen twaalven, zag ik het licht, of eigenlijk de duisternis. 

Het is even simpel als dramatisch. Misschien is dat ook wel het lot als fotograaf, dat je het ziet.

Ik wil eigenlijk niet zeggen wat ik zag, of voelde, ik wil het zo lang mogelijk uitstellen.

Het kwam allemaal samen, vanavond. Ik luisterde naar Mazzy Star met het haast religieuze nummer Umbilical, wat navelstreng schijnt te betekenen terwijl ik naar een foto uit Frankrijk keek van een muur, een gevel, in verval. Er was duidelijk al een tijdje geen onderhoud gepleegd aan die facade. En daarbij moest ik opeens denken aan die brug in Genua waar ik over gedroomd had en het boek Zen en de Kunst van het Motoronderhoud, een mysterieuze klassieker uit de jaren tachtig.

De aangetaste stukken in de muur, grensstukken van leven en dood, zijn me het liefst, want het meest dramatisch; een zwemmer die in gevecht is met de rivier en waarvan de uitslag ongewis is. Daarover gesproken, ik zag vandaag terug hoe Maarten van der Weijden uit een kanaal werd gevist en er opeens een close up was van zijn aangetaste tenen. Rivieren in zijn tenen. Maarten leed voor ons, wat wil een mens nog meer?

Daarvoor had ik naar foto’s gekeken van mijn dochter die ik had gemaakt achter de tent in Frankrijk; zij net uit het zwembad, rode handdoek in het haar, in de bloei van haar leven, in haar lente. En ik in de herfst. Tranen van ontroering.

Al deze zaken en gedachten kwamen voorbij en ik werd ineens bevangen door de gedachte dat de tragiek van het leven juist is dat het nooit stilstaat. Geluk ook niet. Of ongeluk. Niks blijft staan. Een foto is altijd een stukje verleden. Dat inzicht kwam ineens helder tot me en ik was zowel ontroerd (het is waar) als gelukkig (er is kennis tot me gekomen).

Sommige zaken zijn niet te onderhouden, hoe vaak je de muur ook verft. Helaas. Maar daardoor houd ik niet minder van jullie. Des te meer eigenlijk.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.