Onderweg 5

Amsterdam Almere Groningen

Volle bak in de trein, helaas. Ik liep langs de 1e klasse en ergerde me aan het feit dat die bijna leeg was, en de 2e klasse nagenoeg vol. De rijken rijden kennelijk niet graag met de trein, waarom dan zoveel plaatsen daarvoor ingeruimd?

Ik ging naast een dame zitten van Aziatische komaf, soort van expres.

Ik mompelde nog ‘sorry’ tegen haar, wat ze wel grappig vond. Daarna deed ze snel oortjes in.

—–

Op het perron in Almere wordt flink gerookt. Lekkere geur wel eigenlijk.

—-

Ik sta nu in de trein bij de uitgang, zo vol is het. De horror.

Ik volgde noodgedwongen het gesprek tussen twee jongens  -zwarte kleren, tattoos en een noordelijk accent- met de jongen van de catering. Het was geen fijnzinnig gesprek, de tattoo-jongens probeerden indruk te maken op de twee dames die pal voor me stonden.

Ik moest denken aan een opmerking die ik hoorde toen ik onderweg was naar het station: Je komt overal wel een Thaise dame tegen die aan een paal hangt.

Ik zit nu, in de eerste klas. Heerlijk.

Nu hoor ik echter de twee jongens nog steeds onder me praten. De jongen van de catering komt uit Meppel, ving ik net op.

Schuin naast me zit een dame te werken op een laptop. Ze heeft gymschoenen aan met een legermotief en ze draagt een mintgroen truitje van een glinsterstof. Ze heeft een bierbuikje dat meedeint met de trein. Of zou het een wijnbuikje zijn? Ik zie nu ook dat ze sokken heeft van hetzelfde materiaal als haar truitje. Zou ze zelf haar kleren maken? Ik begin steeds meer aan cognac te denken in plaats van wijn of bier.

De jongens met de tattoos zitten nu in dezelfde coupe als ik. Toen we stonden dronken ze bier, nu Red Bull. Je ruikt het van verre. Naast me aan de andere kant van het gangpad zitten twee blonde dames van in de veertig die Duits reden. Tagesort, mittgekriegt, tralala, scheisse, horen we. Sehr schön. Ze drinken witte wijn. Arschlöcher hoor ik net! Op hun kleine flesjes staat BLANC. Volgens mij zijn het filmsterren, op doorreis. Hmm, ze hebben bergschoenen aan.. beetje sjiek, witte wijn, blond en bergschoenen. Ik kan het even niet duiden. Ik ga mijn bril zo even opzetten.

We zijn in een stiltecoupe, misschien zijn de Duitse dames daarom gaan fluisteren of omdat ik misschien te vaak naar hen keek? Zal ik ze aanstoten en sommeren weer met luide stem te gaan praten? Durfde ik het maar.

Ik zag net een reekalfje staan naast een sloot bij hoog gras. Nog nooit eerder gezien vanuit de trein.

De Duitsers stapten uit in Assen, wat ik niet verwachtte. Dat zegt natuurlijk meer over mij dan hun. Het mysterie van de bergschoenen zal waarschijnlijk ook nooit worden opgelost.

Een zwarte hond poepte in het veldje naast de trein. Een jongeman stond er geduldig bij te wachten terwijl hij de riem begeleidde bij het ijsberen van de hond voordat hij echt ervoor ging zitten.

Martin Bril, Carmiggelt, moeilijk kiezen. Of, dacht ik net, Theo Koomen.

Het is wonderlijk hoe dichtbij iemand is. In de stoel voor me zit iemand op zo’n 30 centimer? Zo nu en dan zie ik haar hoofd naast de hoofdsteun verschijnen. Zonet ook weer. Ze bracht haar hoofd dicht bij het raam. Ik zou haar zo kunnen aanraken. Ze heeft bruine ogen.

Het heeft geregend in Haren.

 

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , , . Bookmark de permalink.