O Brother where Art thou?

Ik zat laatst met een vriend te praten over zijn broer met wie die niet veel gemeen had en moest terugdenken aan een feestje in Groningen.

Mijn broer heeft twee rechterhanden en zette vroeger altijd bouwpakketten van vliegtuigen in elkaar. Alle kisten van The Royal Air Force hingen met visdraad roerloos aan zijn plafond. Ik had twee linkerhanden en kon alleen maar naar zijn handelingen kijken. Op den duur werkte ik hem op de zenuwen en stuurde hij me weg zodat ik beneden uren op de zwart leren bank moest wachten naast mijn moeder. Altijd een mooi moment als hij riep dat het klaar was.

Na de middelbare school ging mijn broer lekker verder knutselen op de Kunstacademie in Arnhem. Ik weet nog goed dat ik bij hem op bezoek ging en hij mij rondleidde op zijn school; een walhalla dat zwol van de artistieke energie, waar hij onderdeel van was. Omdat ik zijn broer was voelde ik me er op een bescheiden manier ook mee verbonden.

Ik wist niet wat ik wilde gaan doen na de middelbare school en liep vrij doelloos een paar studiepaden af, waarbij ik vaak even uitrustte bij een bar of een mooie liftster.

Mijn broer maakte het helaas niet in de kunst, en koos voor het leraarschap, waar hij ook uitermate geschikt voor is. Hij kan vertellen als geen ander.

Zo’n vijf jaar geleden had ik een expositie van mijn fotowerken in een chique hotel net buiten de ring van Amsterdam. Ik kon het eigenlijk zelf niet geloven dat ik een intrede had gemaakt in de kunstwereld. En ik was niet de enige, een kennis kwam tijdens de expositie verbaasd en enthousiast naar me toegelopen en zei: zo, ben je in één keer kunstenaar man!

In de dagen ervoor, met het versturen van de uitnodigen, moest ik opeens aan mijn broer denken. Had ik niet naar zijn expositie gemoeten, in plaats van andersom? Hij had er ook meerdere gehad, maar dat was lang geleden. Ik voelde me op een rare manier schuldig, ik kon me goed voorstellen dat hij jaloers zou kunnen zijn.

Ik belde met mijn moeder en bracht haar op de hoogte van mijn zorgen. Nee joh, zei ze, hij vindt het alleen maar hardstikke gaaf. Ik twijfelde nog steeds.

Misschien is het een normaal verschijnsel tussen twee broeren dat de jongste bang is de oudere wijze broer voorbij te streven. Strijden we nog nog altijd om de gunst van de vader.

Ik zou nooit zo’n goeie grotere broer kunnen zijn als hij. Hij was er voor geboren, als het ware.

Vorig jaar was ik op een feestje samen met hem en we raakten in gesprek met een oude bekende die op een gegeven moment aan mijn broer vroeg of hij nog actief was in de kunsten. Mijn broer schudde van nee, dat hij nu in het onderwijs zat en geen tijd had voor eigen werk. ‘Nee, ik ga nu voor Appie,’ zei hij onverwachts, ‘voor zijn foto’s’.

Had ik in katzwijm kunnen vallen dan had ik het gedaan, maar ik weet niet hoe dat moet.

Ik denk dat deze opmerking de boeken in gaat als een van de mooiste in mijn leven. Het was pure broederliefde als je het mij vraagt.

Dit stukje delen
Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.