Notulen van het GVBIHV

Ik presteerde het een keer om een week te vroeg op een afspraak te komen, in Utrecht notabene. Voordeel was dat ik daar een stukje over kon schrijven, waar jullie dan weer van konden smullen. We zijn net communicerende vaten wat dat betreft: ik giet er wat zelfspot in en jullie krijgen er zelfvoldoening voor terug. Onbetaald weliswaar, maar wat kan ons dat schelen, de beste dingen des levens zijn ook onbetaalbaar nietwaar?

Ik moest aan dat Utrechtse drama denken toen ik laatst op mijn telefoon een mailtje zocht met de naam van de contactpersoon met wie ik een afspraak had in een hoog kantoor net buiten de ring. Zodoende kon ik meteen bij de receptie een antwoord geven op de vraag met wie ik dan een afspraak had. Zo ervaren ben ik inmiddels wel.

Uit dat mailtje bleek dat ik een gesprek had met Teamleider F, waar ik nog om moest lachen. Teamleider F ? Alsof ik op sollicitatiegesprek ging bij de Hitlerjugend. Ik nam me voor hem een onvergetelijke handdruk te geven. Of misschien een Hitler groet, zodra ik hem zag? Als geintje. Maar niet iedereen kan dat tegenwoordig nog waarderen. Of zou die F. staan voor Fuck?
Het vreemde was dat ik ook de datum gewaar werd van het gesprek met F en nadat ik die datum had vergeleken met de datum op het beginscherm van de telefoon, kon ik niet anders concluderen dan dat ik wederom een week te vroeg was. Damn.

Nog voor ik dat akelige mailtje las, had ik een concept opgeslagen genaamd: de notulen van het GVBIHV. Dat kwam omdat ik door het Vondelpark fietste en diep medelijden kreeg met de bomen daar. Arme zielen.
En tegen het einde van het park schoot het stukje dat ik nu schrijf, wortel; hoe ik op briljante wijze de notulen van het genootschap van bomen in het Vondelpark voor u ontvouwde, waarin in niet mis te verstane bewoordingen de joggende mens er van langs kreeg. Maar waar ook uit bleek dat de bomenpopulatie verdeeld was hoe de problemen moesten worden getackeld. Geweld, diplomatie of niks doen, u kent dat wel. Was getekend: the Larch.

Maar ik was nog niet thuis of die verdomde actualiteit strooide weer ruis in mijn radar. Oekraïne. Wim Brands. Arme zielen.

Of moest ik misschien die bomen metaforisch gebruiken? Brands, een alleraardigste boom van een vent, Jan Roos een stekelig bramenstruikje waar menigeen maar al te graag van plukte, Oekraïne een meewarig woud aan de Russische rafelrand?

Nu ik dit zo schrijf, heb ik besloten om even in de top van die Lariks te blijven zitten, wel zo overzichtelijk en zie ik wel wanneer ik weer naar beneden klauter. Aldaar hoop ik wat tijd te vinden voor het boek Das geheime Leben der Bäume, van Peter Wohlleben. Begrijp me niet verkeerd, ik wil niet uit de hoogte doen, soms lukt het me gewoon niet het realisme te omarmen.

Zwaai je wel even als je langsfietst? Ik zit vlak bij het blauwe theehuis. S.v.p. niet joggend voorbij zweten, dan zou het zo maar kunnen dat er een klodder in je nek valt.

The Larch.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , . Bookmark de permalink.