Marmer

Laatst krabde ik aan een plekje op mijn elleboog terwijl ik in een luie stoel zat en moeite had met de zwaarte van mijn oogleden. Het plekje voelde wat koud en hard aan.

Ik maakte de volgende dag tegen beter weten in een afspraak met de dokter.

Die zag niks in het plekje. Waar precies, zei ze? Nou, daar, zei ik, terwijl ik op het plekje duwde. Ze haalde er een loupe bij en bekeek het aandachtig. Ze voelde nog een keer vlug met haar wijsvinger en dat was spijtig want het was prettig dat ze mij even aanraakte.

Onverrichter zake keerde ik weer huiswaarts.

Ter hoogte van de buurtcafetaria voelde ik zelf nog een keer aan het plekje en besloot meteen een kroket te kopen. Ik had al spijt toen die even later in het vet werd ondergedompeld. Ik vind dat die dingen altijd zo aanstellerig weer boven komen drijven. Zo van: Help! Ik heb het heet! Ik draai me om, maar het helpt niet!

Ik zuchtte, om mezelf.

Wat dacht ik ook alweer voordat ik aan mijn elleboog peuterde, pijnigde ik mijn hersenen? Ik wist het niet meer. Ook zoiets.

Ik voelde het plekje nu door mijn jas heen op het plastic van deze tafel, daar zou die kroket niks aan kunnen veranderen, ook al dacht ik dat natuurlijk wel in eerste instantie toen ik op straat stond.

De man van de cafetaria bracht de kroket op een bordje. Aardige man. Zou hij begrip kunnen opbrengen als ik straks mijn elleboog in het hete vet steek? Zal toch wel?

Ik verzette me er tegen, maar paniek cirkelde rond mijn hoofd als een zenuwachtige hond. Waarom zag die dokter mijn plekje niet? Totaal geen inlevingsvermogen dat mens.

Thuis, misselijk van de kroket en mijn gedachten, keek ik in de spiegel in de gang naar mijn plekje. Ik stapte dichterbij, het was duidelijk marmer, hoe kan dat mens dat nou niet zien? Eigenlijk best mooi, zo van dichtbij, wit met zwarte dode aderen.

Schreef ik eerder dat ik opeengehoopt zand werd in het bijzijn van mijn koprollend zoontje, en nu dus deze verstening. De elementen krijgen steeds meer vat op me. Ik begin zelfs al te schrijven als een ouwe lul.

Teruglopend naar de woonkamer zag ik mezelf in de stoel zitten als de denker van Rodin, maar dan de in slaap gevallen variant.

Dit stukje delen
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.