Luwte

Als de zon zich meer en meer in de luwte manoeuvreert, wordt mijn gemoed meestal mistiger. Vandaar dat ik in deze tijd zo weinig schrijf. Of is het de kou die de verhalen tegenhoudt omdat ik binnen blijf zitten? Zou ook kunnen, de waarheid zal wel in het midden liggen.

Hoe dan ook, vannacht besloot ik dat het maar afgelopen moest zijn met deze writersblock. Begrijp me niet verkeerd, het is niet zo dat ik geen letter op papier kreeg, het begin was er meestal wel, ik kon het alleen niet afmaken. Een paar voorbeelden:

Trump die roept: Willen jullie meer of minder toeschouwers tijdens mijn inaugurele rede? Meer? Dan gaan we dat regelen!

Een cactus die voor de deur wordt gezet als gebaar na een uit de hand gelopen discussie van de avond ervoor met een stekelige opmerking erbij.

Wilde ganzen die overvliegen als ik op het balkon sta, maar die ik nooit gewaar word. Je hoort alleen paniekerige kwaakklanken, wat ik me goed kan voorstellen zo hoog en koud in de lucht met je familie en vrienden op weg naar warmere oorden.

Ik wist niet waar het naartoe moest gaan, er was misschien een aanknopingspunt met de waarheid in de eerste alinea, maar dat pad wordt elke dag platter en platter, wat had ik daar nog aan toe te voegen? Alternatieve feiten, is het laatste eufemisme dat aan leugens wordt geplakt.

En Fargo, de serie, hield me bezig. Over het menselijke tekort. Iemand zegt in de serie: Alleen een dwaas denkt de wereld te kunnen redden, waarop de ander zegt: je moet het toch op zijn minst proberen? In seizoen 2 wordt Ronald Reagan opgevoerd, met wie alle ellende eigenlijk begon. Hij zegt tegen een man wiens vrouw vecht tegen kanker, dat hij gelooft dat een Amerikaan een oplossing heeft voor alle problemen. Op de vraag “Maar hoe dan?” antwoord hij met een pijnlijke stilte.

Vannacht vond ik dus een uitweg uit deze woordendroogte. Ik zocht bewust naar de verbeelding, het walhalla van de geest en vond zowaar een toegeworpen reddingsboei.

Dat ik naar de verhalenwinkel ging in Amsterdam Oost en te woord werd gestaan door een louche figuur die vroeg uit welke doos het verhaal moest komen? De oude of de nieuwe? Ik aarzelde natuurlijk en besloot na een rondje ijsberen voor de nieuwe.

“Weet u het zeker?”
Ik knikte en hij pakte vanonder de toonbank een kartonnen bruine doos die je ook in supermarkten ziet en die ik lang geleden altijd voor mijn moeder moest pakken in de Spar.

Ik graaide in de doos en voelde allemaal kleine pakjes. Eentje haalde ik naar boven.

“Deze doen?” Ik knikte. Vijftien euro lichter, verliet ik de winkel. In de binnenzak van mijn jas brandde het pakje van verlangen uitgepakt te worden. Maar, dacht ik opeens, straks gaat het weer over Trump, of over dat levende alternatieve feit Van der Steur. Waarom niet voor de oude doos gegaan?

Thuis opende ik met de jas nog aan het kleine doosje. Er zat een blaadje in, dat ik zenuwachtig openvouwde. Ik las: “Er was eens een sukkel die een verhaal kocht in een verhalenwinkel. Dat bent u waarschijnlijk, degene die dit nu leest. U kunt nu tegen uw publiek volstaan met: zie boven.”

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.