Klootzak

Beste Arnon,

Als je een vrouw was geweest dan had ik je waarschijnlijk een huwelijksaanzoek gedaan. Niet om je uiterlijk natuurlijk, je ziet eruit als een bloemkool, maar om je benijdenswaardige intelligentie.

Deze ontboezeming kwam tot stand door het zien van je interview bij Boeken over je nieuwste roman, gecombineerd met de biertjes die ik inmiddels tot me heb genomen (het is nu half een, ’s nachts).

Ik kon het interview nauwelijks bijbenen, zo gecondenseerd was het. Er kwam geen flauwekul aan te pas, louter zinnige en zinvolle dingen. Het leek wel of je zat te flirten met de interviewer; de ontladende schaterlach leek steeds op de loer te liggen. Ervan uitgaand dat je niet latent homoseksueel geaard bent (wat mijn huwelijksaanzoek weer in een ander daglicht zou zetten) lijken er overeenkomsten te zijn tussen flirten met een vrouw en een goed gesprek met een man. Dat wist jij misschien al, maar daar kwam ik nu net achter.

Ik vond je vroeger een klootzak, dat mag je best weten. Een vriend van mij zegt altijd: Ja die Grunberg, op elke bladzijde weer een paar nieuwe inzichten, vreselijk. Mijn aversie was een vorm van jaloezie denk ik. Wat jij kon wilde ik ook, terwijl ik wist dat ik het nooit zou kunnen. Als ik aan je denk dan ben ik bij mijn opa en oma in Zuidlaren waar ik op dat moment de scène lees dat iemand een klodder spuug op het gezicht van een ander laat vallen. Ik voelde die klodder als het ware op mijn eigen gezicht vallen. Een mooi moment, goor en leuk tegelijk.

Maar dat is nu dus helemaal voorbij, die aversie. Tirza was een kantelpunt (kaneelpunt zegt de spellingchecker) omdat ik die bijzonder goed vond. De motorzaag was als de klodder spuug. Gruwelijk en niet leuk, maar wel steengoed. Tarantino-esque. En nu dit interview.

Je zei dat je soms overweegt te stoppen en iets anders wilt gaan doen. Je hebt je hele leven in dienst gesteld van de literatuur en waarschijnlijk kun je niks anders. Daarom dacht ik dat je alleen maar gedichten moest gaan schrijven, dat heb je weleens gedaan, maar dat was niet zo goed als je proza, maar je hebt er wel de skills voor. En dat je zei dat je dit keer het hoofdpersonage niet hebt willen laten vallen. Dat het hoofdpersonage overeenkomsten had met jezelf. Je wordt milder, geef het maar toe.

Ken je de film La Haine trouwens? Daarin zegt een personage dat het leven is als vallen van een hoog flatgebouw: bij elke verdieping denk je, tot nu toe gaat het goed.

Als schrijver is de wereld om je heen instrumentaal, zei je. Dat herkende ik, wat zeg ik, bij deze heb ik jou nu geïnstrumentaliseerd! Het ga je goed. Kusje en laten we een keer dansen, want ik weet dat je dat niet kan.

 

Arnon Grunberg

Klik op Arnon voor het interview.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.