Geslaagd

Wanneer is het leven van een ouder geslaagd? Nou, dat zal ik jullie vertellen.

Het gebeurde tijdens de voorjaarsvakantie. V., 12, kwam op het strand op me afgerend en zei dat ze wilde leren hoe je mooie foto’s maakt. Ze had alleen haar iPhone bij zich, ik torste een zware spiegelreflex in mijn rechterhand. Ik was opgetogen over haar vraag, eindelijk toonde ze interesse voor ander fotowerk dan een selfie. Ik trakteerde haar op een stoomcursus basisregels fotografie. En ik zei: het maakt niet uit wat je wilt fotograferen, alles mag erop, als jij het maar mooi of interessant vindt. Misschien had ik dat niet moeten zeggen, want ze bleef maar doorschieten. Schoenen, zandkorrels, zeewier. Ik dacht met weemoed terug aan de analoge dagen.

Op het terras van het strandpaviljoen bleek haar van nature stoicijnse houding goed van pas te komen voor het vastleggen van mensen, waar ik altijd moeite mee had. Zij niet, ze ging gewoon pal voor iemand staan, keek op haar scherm of die persoon er goed opstond, nam daar ook de tijd voor en tikte op de witte knop. Daarna draaide ze zich om zonder oogcontact te maken. Asociaal misschien, maar wel effectief.

De volgende dag liep V. met me mee voor een wandeling met camera, wat ik normaal in mijn eentje doe. T. wilde niet mee. Oh, toch wel. Na 100 meter vroeg hij of we er al waren. Ik zei, heel kalm, dat hij beter terug kon gaan, want we gingen nog wel een uur lopen. Hij aarzelde, liep een stukje terug, maar kwam toch weer mee. Huilend.

V. maakte ondertussen foto’s van bomen en de bollenvelden, terwijl ik een T. in goede banen probeerde te leiden, niet zo kalm meer. Telkens liet V. mij haar foto’s zien. “Papa, kijk!” Sommige waren nog beter dan de mijne, waar ik wel een beetje chagrijnig van werd. Ze had er schik in. Ik kon mijn geluk niet op, als was ik een slager die te horen kreeg dat zijn zoon de slagerij over wilde nemen omdat hij het toch een mooi vak was gaan vinden. T. vond de wandeling echt oersaai, totdat V. de muziek aanzette op haar iPhone. Justin Bieber redde mij.

De dag erna begon V. vragen te stellen over een nieuwe camera en welke ze dan moest kiezen, terwijl ze maar door bleef schieten in een bijzonder lelijk overdekt winkelcentrum. Ik zei dat als ze mij uit kon leggen waar haar iPhone op technisch gebied tekort schoot, we verder konden praten, waarmee ik mijn dunne portemonnee verdoezelde.

T. verveelde zich. Hij lag languit op een bankje in de schoenenzaak als een Romeinse keizer met de capuchon nog over zijn hoofd. “Jullie beseffen toch hopelijk wel dat dit saai is?” zei hij. Ik knikte.

Bij de auto zei hij opeens: “Ik heb een gedicht gemaakt: Jij bent roze en jij bent rood. Nee dat klopt niet, jij bent dood.” Morbide misschien, maar mijn hart sloeg er van over.

Hij dichter, zij fotograaf. Mijn leven is geslaagd.

 

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.