Enfin

Ik keek naar de uitzending Enfin, over Martin Bril, een van mijn favoriete columnisten. Het bleek een jubileumuitzending te zijn, de reportage stamde uit 2014. Martin Bril is nu 10 jaar dood.

In het begin van de uitzending wordt Matthijs van Nieuwkerk gevraagd: ‘Hij is nu 5 jaar dood, voelt dat ook zo?’ ‘Ja,’ zegt hij ietwat knorrig, ‘ik vind dat hij al lang dood is.’ Later zegt hij dat hij Martin Bril een ingewikkeld persoon vindt, ook weer wat knorrig, omdat hij nooit echt hoogte van hem kreeg.

Het was bedoeld als een eerbetoon, neem ik aan, maar zelfs het eerbetoon schuurde hier en daar alsof het een column was van Bril zelf. De hoofdrolspelers lieten niet het achterste van hun tong zien. Er vielen veel stiltes die we zelf mochten invullen.

Drie hoogtepunten zou ik willen noemen.

Ten eerste de verspreking van Ronald Giphart, als het gaat over de kwaliteit van sommige columns van Bril: “Zijn slechtste columns vond ik,” zegt Giphart, “waarin hij maatschappelijk stelling nam, of wanneer hij zich met de Marokkanenp.. Marokkanenprobla.. Marokkanenproblematiek ging bemoeien.”

Problematiek is kennelijk een problematisch woord om uit te spreken. Het was jammer dat de interviewer Giphart in zijn verspreking onderbrak en eigenlijk dus zijn struikelpartij verbloemde. Het was beter geweest om hem netjes uit te laten stamelen, of te vragen of hij dat woord wilde herhalen. Hoe dan ook, het was bijzonder sympathiek dat hij over die Marokkanen struikelde.

Bril geeft zelf toe dat hij het niet moet hebben van de mening. Hij zegt daarover: “Ik vind opinies gratuit. Je zegt de ene keer dit en de andere keer dat.” Helder.

Ten tweede Atte Jongstra. Die stem. En die kop. Frieser en nasaler wordt het niet. Hij maakte verreweg de mooiste zinnen van de uitzending. Echt smullen geblazen. Vooral als we zijn aanbeland bij de drijfveren van Bril, de mens achter de columns, doet Atte de volgende duiten in het zakje:

“Iemand die wordt voortgejaagd door eh… onrust,” begint hij. “Onrust?” zegt de interviewer. “Ja,” zegt Jongstra, “Bril was bijzonder onrustig.” De zin wordt vooral zo mooi door het gebruik van bijzonder, met een overdreven nadruk op de bij. Als je zou zeggen: Bril was zeer onrustig dan snap je wat ik bedoel.

“En wat was dat voor onrust?” vraagt de interviewer. En dan zegt hij: “Voor een deel kickzoekerij.”

Een voltreffer. Engels met een vleugje Friese boerenkleitaal. Ik had het nog nooit gehoord, kickzoekerij. Uit de mond van Jongstra klonk het als een vloek, een gevaarlijk woord dat je niet al te vaak moet uitspreken. Ik heb nog zitten zoeken op internet naar zoekerij, maar kwam niet heel ver. Het wordt bijna niet gebruikt, behalve als je ruzie of geluk zoekt.

Enfin.

Bril is al 10 jaar dood.

Als derde punt wilde ik nog iets zeggen over Bart Chabot wiens hoofd altijd in beweging is net als zo’n knikhondje op de hoedenplank in de auto, behalve bij het moment dat hij voor zich ziet wat er zich afspeelde bij Bril zijn sterfbed. Dan staat zijn hoofd ineens stil en zegt hij met betraande ogen tegen de interviewer die vraagt of hij wil vertellen wat hij nu ziet: “Dat gaan we dus niet doen.”

 

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , , , , , . Bookmark de permalink.