Draadjes

Een jongen van een jaar of tien met witte krullen staat voor het schap met vlees in de Albert Heijn. Hij heeft een groot pakket met rood vlees in zijn hand en kijkt om zich heen. Ik loop achter hem langs. Je ziet dat hij verlegen is met de situatie: is dit wel het goede vlees, voor Kerst? Hij kijkt naar een man die bij de groente staat waarvan ik aanneem dat het zijn vader is. Oh, valt mee, denk ik. Enerzijds jammer omdat mijn stukje dat ik in hem zag, zag verdwijnen, maar ook wel weer mooi voor die jongen. Het beeld kwam zo eenzaam over, zo’n kleine jongen met zo’n grote pak vlees en die hulpeloze blik.

Ik loop door. Terwijl ik een brood pak, vang ik een gesprek op van twee dames van het brood. Als ik het goed begrijp hebben ze gisteren een feestje gehad en zijn ze daar nog vol van. De ene zegt giechelend dat ze het zo leuk vond dat ze met de andere op stap was. Ze hebben zelfs gedanst. “Normaal is het allemaal heel gewoontjes, maar nu met jou erbij.. ik heb zelfs geschuifeld,” zegt de een. Ze lachen met hun hand voor hun mond. Toch een stukje denk ik, een vrolijk stukje. Geschuifeld, dat woord alleen al. Een voltooid deelwoord, nog wel.

Bij de kassa staat de jongen voor me in de rij. Alleen. De man die ik voor zijn vader had gehouden, staat bij de andere kassa. Ik ben even van mijn à propos.

Bieflap, zie ik op het grote pak staan dat hij in zijn rechterhand houdt. Goed voor mijn stukje misschien, maar ik krijg nu weer met de jongen te doen.

Onhandig legt hij het pak op de rolband. Hij kijkt net zo hulpeloos als de eerste keer dat ik hem zag. “Negen euro tachtig,” zegt de kassière. Best duur, denk ik. Hij frommelt een pinpas uit zijn joggingzak, waar ik blij mee was. Ik kon me nog herinneren dat mijn dochter mijn pinpas was kwijtgeraakt en hoe boos ik was. “Bonnetje mee?” vraagt de kassière. “Ja,” zegt hij stellig. Ik kon me zo goed voorstellen dat zijn moeder dat streng erbij had gezegd: wel een bonnetje mee terugnemen.

Ik hoop maar dat hij het goede vlees heeft meegenomen, denk ik als ik langs de daklozenkrantverkoper loop zonder hem iets te geven omdat ik geen kleingeld op zak heb. Bieflap, dat moet ook nog eens uren sudderen toch? Noemden wij dat niet draadjesvlees? Verrukkelijk vlees dat mijn oma’s altijd klaarmaakten. Op je bord kon je zo mooi je vork in de steile wanden zetten en dan viel het zacht uiteen.

Misschien moet ik dat maar denken, dat die jongen over een paar uur het heerlijkste vlees op zijn bord voorgeschoteld krijgt, net als ik, lang geleden.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.