Do the hupple

Rokjesdag. Een term die kleeft aan Martin Bril. Hij is niet de bedenker van het woord zoals ik dacht, maar alleen degene die het populair maakte. Bril was niet zozeer geïnteresseerd in de erotiek van het blote been, maar in de geheime afspraak van vrouwen om en masse op een bepaalde dag na de winter, doorgaans in april, een korte rok aan te trekken.

Als je het mij vraagt gewoon een slimme truc van wijlen Bril om aandacht van vrouwen te trekken met deze mystificatie.

Enfin, ik had een lekke band. Het rare is altijd de verrassing die het in eerste instantie teweeg brengt: Wat?? Een lekke band? Hoe kan dat in hemelsnaam?! Daarna het verwerken van de teleurstelling: over een half uur thuis kon dus doorgestreept worden, helaas, terwijl dat nu juist een fijne gedachte was: snel thuis zijn.

Vandaag, 17 april, ging ik de fiets ophalen met de auto, samen met mijn dochter die ziek thuis was en wel een uitje kon gebruiken. Bij de auto aangekomen zag ik tot mijn verbazing dat de rechterachterband lek was. Nu was de verrassing veel minder naar of raar dan bij de fiets, terwijl een lekke band bij een auto veel minder vaak voorkomt. Het had te maken dat ik vandaag geen haast had, waarschijnlijk. Er was genoeg tijd om de band te wisselen.

Ik opende de achterklep en ging op zoek naar het reservewiel. Daar lag ze. Ze keek me aan alsof ze met me flirtte. “Til me op,” zei ze. Zwaar kreng, dacht ik.

Moeilijk is het niet, maar je krijgt er wel vieze handen van.

“Mooi weer hè?” zei ik tegen mijn dochter toen we weer reden. “Ik ben misselijk,” zei ze. “Mag de radio aan?”

In de Coentunnel (Zoentunnel zegt autocorrectie lente-achtig) viel de radio uit, net op het moment dat de DJ van 3FM met een luisteraar babbelde over het woord ‘bliepjes’.

Na de fiets ingeladen te hebben, gingen we binnendoor omdat ik niet via de ring wilde omdat de achterklep niet meer dicht kon. Ik remde af voor een zebrapad en toen gebeurde het, ik zal het nooit meer vergeten.

Vanaf links kwam een jongeman de straat op, type one-nightstand. Zwart T-shirt, spijkerbroek, zwart haar, Italiaanse schoenen en een hip baardje. Jaar of 25 misschien.

Geen idee waarom, misschien omdat hij gewoon vaart wilde maken, of om het mooie weer, lentekriebels, te veel cafeïne? Hoe dan ook, hij huppelde even. Iets van twee of drie keer en toen weer een normale pas.

“Zag je dat?” zei ik, “hij huppelde.”

V. knikte, maar ik kon niet goed peilen of het bij haar net zo’n diepe indruk maakte als bij mij. Een huppel, dat was misschien wel 30 jaar geleden dat ik die in het wild zag. Door een man! Een knappe vent.

Meteen moest ik denken aan Martin Bril. Na die huppel. Dat er naast een rokjesdag een huppeldag moet komen. Door mannen, voor vrouwen.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.