Dip

Ik las afgelopen weekend de column van Peter Buwalda over het gesteggel dat hij met de Volkskrant had over de deadline voor zijn bijdrage. Eigenlijk had hij geen column en daar schreef hij dan over. Het goede daaraan was dat een mening over een actueel onderwerp ontbrak, want dat is meestal het geval bij de columnisten en daar word je ook weleens moe van. Zijn stukje bracht me in rustig vaarwater, waar het lekker dobberen was. Oh wacht, in de laatste alinea kwam de actuele adder toch uit het gras. Wat de adder was, doet er niet toe. In de laatste alinea kun je niet alles wat je daarvoor schrijft teniet doen. Ook Bonita Buwalda niet.

Het was in ieder geval prettig te lezen dat hij weinig te melden had. Al was het maar omdat ik in het zelfde schuitje zit. Hij is in goed gezelschap.

Terwijl het EK in volle gang is. Cristiano Ronaldo, waarom schrijft hij daar niet over? Die heeft ook niks te melden, dat zou hem toch aan moeten spreken. Om maar te zwijgen over het Nederlands elftal.

Of die aanslag in Amerika door zo’n t(er)reurig figuur. Ik zou ook niet weten wat ik daar aan toe te voegen zou hebben, behalve tranen, maar ik heb ook geen column in de Volkskrant.

Arme Peter.

En ik heb ook geen deadline, dat verandert de zaak allicht. Ware het niet dat een voetbalvriend mij gisteravond erop attent maakte dat hij deze week nog niks van mij had ontvangen. Ik zei dat ik een dip had, qua verhalen. Een dip is goed, zei hij, heerlijk zelfs. Zo had hij eens een strip gemaakt (hij had destijds drie blokjes tot zijn beschikking in een studentenkrant) waarbij hij het laatste blokje leeg liet omdat het zo uitkwam in het verhaaltje dat hij bedacht had. Functionele leegte, zeg maar. De redactie van het krantje was des duivels. Ik vond het lachwekkend mooi, zo’n bekaderd stukje wit in een krant.

Het doet me denken dat ik ooit een onbeschreven wit vel inleverde bij de juf voor een tekenopdracht. Ze vroeg wat het in hemelsnaam betekende. Een schaap in een sneeuwstorm, zei ik. Als ik ooit een roman zou uitgeven, dan zou deze ‘Functionele Leegte’ heten.

Over adders gesproken. Een andere voetbalvriend vertelde gisteravond dat zijn weggelopen kat na anderhalf jaar weer thuis was gekomen. Het was een wonder, zei hij. Dat vonden wij ook. Iemand vroeg hoe die kat heette. Patata, zei hij.

 

Dit stukje delen
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , , . Bookmark de permalink.