Deuren

In mijn studentenperiode haalde een vriend mij ooit over om weer te gaan voetballen. Ik had al zes jaar niks gedaan aan sport, toch ging ik overstag. Het was gelukkig een bierelftal, met veel aandacht voor de 3e helft. Op de wedstrijddag informeerde je bij elkaar tot hoe laat je het de vorige avond had gemaakt zodat je wist wie de zwakke schakels waren. Eén gast maakte het altijd bonter dan alle anderen, toch bleef hij maar gaan op de linkerflank. Zijn kater sloeg bij hem nooit op de benen, zoals bij mij. Ik benijdde hem daarom, ik verkrampte vaak al in de eerste minuut.

Die blonde linksvoor was bevriend met de dikke mid-mid. Beiden waren fan van The Doors, wat ik wel sympathiek vond omdat mijn broer ook een aanhanger was van het evangelie van Jim Morrison.

Op feestjes draaiden ze niks anders dan The Doors en hadden felle discussies over de betekenis van de songteksten. Die blonde blowde extreem veel, zonder dat je het aan hem merkte, zoals bij mij. Een paar trekjes en ik kon alleen maar de naald kijken die plichtsgetrouw in die Doors grammofoonplaat ronddraaide.

Ik moest daar aan denken omdat ik net LA woman hoorde via mijn koptelefoon op het balkon, 25 jaar na dato. En dat ik een paar jaren geleden een live uitvoering zag van The Doors (op mijn pc) en toen pas begreep wat die jongens bezielde. Tenminste: die stem van Morisson, misschien wel de mooiste rock-stem uit de popgeschiedenis. Zo jammer, dacht ik net, dat de producer destijds dat ene schuifje niet iets meer naar boven had geschoven.

Voetbaltechnisch gezien was het een belabberd seizoen. In een van de eerste wedstrijden brak ik na 10 minuten mijn enkel, waarbij ik wel even wil vermelden dat ik met die pijnlijke blessure tot de pauze door voetbalde. Je hebt karakter of niet. Het was trouwens pijnlijk te merken dat mijn geest zoveel meer dacht te kunnen dan mijn lichaam, wat me me weer doet denken aan iemand die onlangs heeft besloten de brui aan het wekelijks potje zaalvoetbal te geven omdat ook zijn lichaam de geest gaf. Althans, dat vond hij zelf.

Als ik een boom was geweest dan was die persoon een blaadje dat zich in de lente van de takken had laten blazen alsof het herfst was. Ik had even gevloekt dat één van mijn kinderen mij was ontvallen. Waarom nu? En hoe reageren de andere blaadjes? Niet allemaal tegelijk gaan peren toch? Please? Doe me dat niet aan, als boom.

Je kon toch nog best mee? Je was zeker niet de zwakste schakel, ook niet in de derde helft. Daar lig je dan op de grond. Lekker dan. Ik kan je nooit meer bereiken. Je komt nooit meer terug.

Het was me beter uitgekomen als The Doors, Trees hadden geheten, want nu zit ik te piekeren hoe ik er nog samenhang in krijg. Of Leaves, nog beter. Fallen Leaves? Dat ligt misschien iets teveel voor de hand.

Ik zat te denken welke positie die Jim Morrison in het veld gehad zou hebben? Moet wel een spits zijn geweest. Een Johan Cruyff. De bal binnenschieten op charisma. Met brute flair.

Hoe zou het zijn met die blowende blonde en die dikke mid-mid? Zouden ze nog discussies voeren over het al dan niet op slot dreigen te geraken van songtekstuele deuren?

Sorry, er komt geen eind aan.

Dit stukje delen
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.