De Wan

Ik ging een kersttrui ruilen in Noord, bij de C & A die ik had gekregen voor mijn verjaardag. Een xxl voor een xl. Dan weet u dat.

Wonderlijk genoeg was de xxl er wel, ik kon hem zelf niet vinden. De kassamevrouw zei nog dat een trui die te klein was niks waard was. Ik kon dat alleen maar hartgrondig beamen.

Daarna lonkte ik bij de BCC, tegenover de C & A, naar apparatuur die ik kan missen als kiespijn en ik ontwikkelde een dusdanige snelheid in de winkel dat ik de slinkse verkopers wist te omzeilen.

Buiten wilde ik nog een foto maken van een bord waarop kibbeling -met lekkere kruiden- werd aangeprezen, achter rode hekjes pal tegen een muur, maar ik zag daar vanaf vanwege de gure wind. Als ik toen had geweten dat ik er een stukje aan zou wijden, dan had u precies gezien wat ik bedoelde.

Terug in de auto bedacht ik me dat het vandaag best goed met me ging. Soort van. Alleen dat geluid van de wielen bij het aanremmen was een punt van zorg. Na een aantal minuten verdween dat geluid gelukkig. Ondertussen was ik op zoek naar die ene weg als we naar mijn zus reden in Noord via de Schellingerwouderbrug en de Zeeburgerbrug, waarschijnlijk een van de mooiste routes in Amsterdam.

Ah gevonden, bij de rotonde rechtsaf en dan zat ik goed. De volgende rotonde linksaf. Ik had 3fm aan staan en het nummer I could be the one van Dua Lipa begon. Er verscheen een grote glimlach op mijn gezicht. Gisterochtend zong ik dat refrein namelijk in de keuken tegen mijn dochter. Om haar te plagen zong ik het overdreven slecht in steenkolen Engels. Het werd iets van: Ei koet bie de wan. Ze schreef het zelfs nog voor me op een papiertje. En die middag zong ik het ook voor mijn zoon, die ook opmerkingen maakte over mijn uitspraak. Geen idee waarom ik dat lied zong, kennelijk had ik het ergens gehoord.

Met die gedachten en die muziek op de achtergrond klom de auto kalm omhoog bij de Schellingwouderbrug. Van linksboven knalde de zon op zo’n machtige wijze tevoorschijn dat er een traan uit mijn rechteroog omlaag vloeide. Dezelfde ontroering had ik ook een tijdje terug toen ik op tv de Grand Canyon zag. Ik moest ook denken aan de dichtregel die ik laatst had opgeschreven: ‘Ik ben een groot voorstander van een flinke opklaring.’ En aan mijn kinderen dus, ongeveer precies allemaal op het hoogste punt van de brug.

Zo daalde ik af naar huis. Ik hoorde in gedachten mijn puberdochter op cynische toon zeggen als die naast me zou hebben gezeten: Oh pap, ben je weer emotioneel? Met zo’n neppe neussnuif die ik haar zelf ooit aanleerde toen we The Voice keken.

Bij de Vomar parkeerde ik de auto ondergronds en pakte snel mijn telefoon. Ik typte de eerste alinea’s in van dit stukje, die soep moest maar even wachten. Onderwijl vroeg ik me af of ik niet te veel ben afgegleden naar het sentiment.

Toevallig kwam er tijdens het redigeren een lied voorbij met de tekst:

I laugh more often now, I cry more often now,
I am more me.

Het zij zo.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , , . Bookmark de permalink.