Brug

Ik stond een tijdje terug op het pontje dat mij van CS naar Amsterdam-Noord bracht. Een jongeman stond vlakbij een blowtje te roken. Het hele achterdek stonk ernaar. Goor wellicht, maar waar kom je dat nog meer tegen in de wereld? Het is toch de geur van vrijheid.

Het is een van mijn favoriete plekken van Amsterdam, de pont. Vooral de rituelen van het aan- en afmeren zijn enerverend: Kom ik een bekende tegen? Valt er iemand in het IJ?

Als je van de kant gaat en midden op het woelige water komt te liggen, krijgt zo’n overvaart bijna mythische proporties. Het aanleggen van de boot als een kindermond dat zich vastzuigt aan de tepel van zijn moeder.

Vanaf de noordzijde ligt Amsterdam er ook zeer fraai bij, met name als het schemert. Vanaf de overkant lijkt het stadscentrum dan op iets waar je graag naartoe wilt of blij bent dat je er onderdeel van uit maakt. Als je er eenmaal bent en onder wordt gedompeld in de toeristische menigte is dat gevoel weer weg. Het vooruitzicht of verlangen is meestal prettiger dan de inlossing ervan. Rotterdam heeft trouwens een mooier station, om eerlijk te zijn, maar dat ligt niet aan een drukbevaren arm van de zee.

Afgelopen vrijdagavond nam ik het schuine pontje (zoals ik dat noem) van de Meeuwenlaan naar CS, na een gezellige vrijdagmiddagborrel, rond een uur of elf. Tien maanden geleden stond ik op hetzelfde pontje te wachten, na ook een borrel van dezelfde gastheren. Dat was echter om drie uur ’s nachts. De borden met de wachttijden bleven maar op 00:00 staan en na een kwartier drong het tot me door dat er helemaal geen pontje meer kwam. Dat verklaarde ook waarom ik daar moederziel alleen stond.

Via halsbrekende toeren, waarbij ik nog over smalle sluisdeuren moest balanceren, kwam ik aan bij het nabijgelegen pontje dat rechtdoor oversteekt. Daar zag ik bekenden van de borrel, maar die vermeed ik omdat ik te teut was. Geen zin meer in borrelpraat.

Nu denk ik dat ik bij dat andere pontje had moeten blijven staan; net zolang wachten tot er weer eentje kwam. Dat zou beslist in de top drie belanden van memorabele gebeurtenissen in mijn miezerige bestaan. Zonsopkomst aan de Noordoever. Gered worden door een pont. Damn. Gemist.

Ik hoorde dat er plannen bestaan een brug te plaatsen over het IJ. Daar ben ik op tegen, sommige zaken moet je onoverbrugbaar laten. Op de Mount Everest ga je ook geen lift bouwen.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.