Rood

Ik fietste in de stromende regen in Amsterdam Zuid, op de Apollolaan. Ondanks het regenpak stroomde het hemelwater via mijn hak in mijn schoen. Onbelangrijk maar irritant. Ik moest me ertoe zetten niet te gaan vloeken.

Ik stopte bij een kruising. Bij het zebrapad rechts van me stond een man met een grote paraplu. Een fraaie tas hing naast zijn zij. Stoppelbaard, jaar of zestig. Een stel dat eerst naast hem had gestaan, stak over. Toen zij halverwege waren, riep hij: ‘Het is rood hoor!’ Het stel liep door.

‘Het is roo-ood !’ riep hij nu een stuk luider.

Het stel had de overkant inmiddels bereikt. De man en vrouw waren druk aan het praten en hielden hun hoofden dicht tegen elkaar aan, onder de paraplu. Het was bijna romantisch.

‘Rood!!’ schreeuwde de man uit volle borst. Hij pakte de paraplu over in de andere hand en keek onze kant op. Ik moest lachen. Kort daarna sprong ons licht op groen.

Terwijl ik bij het volgende stoplicht de pijp van de regenbroek aan het verleggen was, vroeg ik me af of de man dat vaker deed: anderen de les lezen.

Of had hij die aandrang al talloze keren gehad en nu voor het eerst de frustratie de vrije lucht gegeven? Had hij daarom opzij gekeken? Of zocht hij steun bij ons? Zo van: ik zeg het tenminste, lafaards.

Vergeefse moeite, zou je zeggen, vreemden op het rechte pad krijgen.

Had de man stiekem gehoopt op een botbrekende aanrijding? Dat hij dan triomfantelijk in een van hun bange gezichten had kunnen zeggen: ‘Ik zei toch: rood’.

Of is het stel dat doorliep het CDA, de CU en de VVD en D66 hun paraplu? En wij de man die riep:

‘Het is rood hoor!’

Ik zou er grommend in gedachten nog aan toevoegen:

Godallejezus.

Geplaatst in column | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Rood

Zomergasten Roxane van Iperen en Robert Vermeiren

Ik had na de uitzending met Roxane van Iperen me voorgenomen niet meer naar Zomergasten te kijken, maar kon de verleiding toch niet weerstaan. Niet dat Van Iperen zo’n beroerde televisieavond had voorgeschoteld, helemaal niet, maar de combinatie van iemand die een nagenoeg vlekkeloos betoog hield (over de grijswaarden tussen macht en slachtofferschap) met een interviewer die maar niet kon aanhaken wilde ik niet nog eens meemaken.

Wat me wel stoorde was de opmerking ‘Het is heel simpel..’ voordat Van Iperen ingewikkelde zaken ging uitleggen. Leek me ook vrij dodelijk voor Abbring, en voor zo’n simpele ziel als ik natuurlijk. Om over jullie maar te zwijgen.

Een ander dingetje wat me opviel was haar opmerking na de waanzinnige dansclip die we zagen. Ze had het over perfectie en hoe je daar als maker nooit zo van kan genieten als de toeschouwer vanwege het bloed, het zweet en de tranen. Nooit, zei ze nogmaals. Ik krijg altijd jeuk van (de adoratie voor) perfectie. Wellicht omdat ik het zelf nooit bereikt heb, althans niet zonder toeval.

Onbedoeld werd Van Iperen zelf de macht die niet bevraagd werd, waardoor de macht gaat stollen, zo had ze ons verteld. Beetje flauw van mij, ik weet het. Haar pleidooi voor systeemverandering steun ik echter van harte, al had ik graag geweten wat ik dan concreet moet doen om dat te bereiken.

Robert Vermeiren was degene die ik dus toch ging kijken. Een avond die meer ging over (mentale) imperfectie en hoe daarmee om te gaan. Ook daar trapte Abbring te vaak op het rempedaal als de aimabele Vlaming lekker van wal wilde steken omdat zij hem niet bij kon benen. Zo voegde hij een derde element toe aan het nurture-nature gedoe, namelijk toeval, zonder dat ze daar op door vroeg.

Maar goed, de belangrijkste gedachte was toch vooral: waarom ben ik geen Italiaan? Ga maar na: Italië is Europees kampioen voetbal geworden, een Italiaan won gisteren de 100 meter op de Olympische spelen, maar het allerbelangrijkste: Roberto Benigni!

Als je diep in de put zit, dan is dat filmpje waarin hij het Oscar-publiek toespreekt toch net zo helend als twee pillen anti-depressiva! Wat zeg ik, drie! Niet dat ik er ervaring mee heb, met die pillen bedoel ik. Met die diepe putten wel uiteraard. Ik kreeg, net als sommige acteurs in de zaal, tranen in mijn ogen. Dat was precies het moment dat ik dacht om er een stukje aan te wijden. Voordeel was ook dat ik dan al mooi een van de drie bouwstenen van perfectie te pakken had, nietwaar?

Roberto bracht me ook terug naar Groningen, naar de Poelestraat, naar Down by Law.

Vermeiren had het stukje gekozen omdat Benigni had gezegd dat armoede het grootste cadeau was dat zijn ouders hem hadden gegeven. Omdat hij daardoor juist de dingen kon waarderen, zo begreep ik uit een interview.

We moeten meer naar kinderen luisteren, was Vermeiren zijn pleidooi. Kinderen zoals Roberto.

https://youtu.be/8cTR6fk8frs

Geplaatst in column | Getagged , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Zomergasten Roxane van Iperen en Robert Vermeiren

Afzakken

Bij de tramhalte vlakbij het Muiderpoortstation was ik getuige van een discussie tussen twee potige dienders van het Gemeentelijk Vervoers Bedrijf en een jongeman die geen mondkapje wilde opdoen in de tram. De dienders hadden het makkelijk want ze beriepen zich op het simpele: ‘dat is nu eenmaal de regel’ en dreigden met een boete. De jongeman wierp tegen dat er geen wetenschappelijk bewijs was dat een mondkapje hielp, waarop de dienders weer hun regel-is-regel argument herhaalden.

‘Kijk hier staat het,’ zei de oudste ambtenaar wijzend op een instructie in de halte, ‘je moet een mondkapje op.’ De jongen was de wanhoop nabij maar vond ineens een opening. ‘Ja maar als daar gestaan had dat iedereen bijvoorbeeld een mes bij zich moest hebben dan zou je dat toch ook niet doen?’ ‘Gaan we slap lullen?’ zei de oudste.

Ik schoot in de lach. Had iemand dat maar een keer tegen Mark Rutte gezegd toen hij laatst zo slap zat te lullen over zijn geheugen. Ik had wel medelijden met de jongen die een redelijk argument te pakken dacht te hebben, een jij-bak in feite. Wat doe jij als er een (andere) regel is die tegen jouw principes ingaat? Nooit beantwoorden dus, altijd zeggen: gaan we slap lullen?

De jongere gezagsdrager, duidelijk minder ervaren in dit soort discussies, zag zijn kans schoon en zei: ‘Ja, maar dat staat er dus niet’. Ook geen speld tussen te krijgen. Zijn vervolg was minder sterk: ‘Waarom doe je eigenlijk zo moeilijk?’ De jongen zuchtte. De onnozele diender keek de jongen aan alsof hij van Mars kwam en uit zijn mond stonk.

Het rare was dat de jongen wel een mondkapje om zijn pols droeg. Hij had dus wel eentje bij zich gek genoeg. Het werd ook duidelijk dat hij naar een demonstratie wilde, tegen de coronaregels. De GVB-mannen waren er klaar mee en gingen weg met de woorden: ‘Doe het mondkapje nou maar op straks in de tram dan is er niks aan de hand.’

Vanuit de fietstunnel, die naar het treinstation loopt, klonken activistische geluiden waar de recalcitrante jongeman zichtbaar op aansloeg. Hij beende in de richting van de megafoongeluiden en droeg tot mijn stomme verbazing nu wel een mondkapje. Dat verbaasde hem kennelijk zelf ook want hij pakte het, keek er even naar en drapeerde hem onder zijn kin. De drang om zijn geloofsgenoten te bereiken was enorm en won het van andere zaken die zijn aandacht vroegen. Zo was er een fietser die hem nauwelijks kon ontwijken. Maar opvallender was zijn broek die van zijn kont gleed. Een hand ging nog naar de rand, maar het was te laat, ik zag zijn behaarde bilnaad.

Het is maar goed dat die GVB-ers dit niet zien, dacht ik.

Toch zou ik een riemdraagplicht om esthetische redenen van harte steunen. Bilnaden dienen te allen tijde bedekt te blijven op de openbare weg.

Geplaatst in column | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Afzakken

Om wel

Mijn moeder had op Pieter Omtzigt gestemd dit jaar. Verrassend want ik kon me niet herinneren dat ze ooit eerder CDA had gestemd. Ik snapte het op zich wel, een meer dan uitstekend politicus, maar in mijn ogen zat hij bij de verkeerde partij. Totdat ik gisteren opeens het licht zag.

Toen werd me het christelijk appèl duidelijk: Pieter Omtzigt is de Messias.

Ga maar na:

    Hij zoekt en vindt altijd en overal de waarheid, echt om gek van te worden.
    Hij heeft moeite met lachen, wat in zijn geval logisch is want zo leuk is het allemaal niet (in Den Haag). Vergelijk dat eens met zijn grootste opponent, de heer Rutte alias The Joker.
    Hij werd binnen zijn eigen partij het liefst aan een kruis genageld. Zonder verdoving.
    Hij is de meest geliefde politicus onder het volk. Niet meteen roepen dat Rutte meer voorkeursstemmen heeft gekregen, want die kiezers verwarden de verkiezingen met de vraag ‘hoe heeft Rutte het gedaan met de coronacrisis?’.

Laten we hopen dat we eens weer op hem mogen stemmen, op de Tegenmachtpartij.

Geplaatst in column | Getagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor Om wel

Schuilen

Ik schuilde onder een luifel van een shoarmatent in Amsterdam West. De wind sloeg de regen alle kanten op alsof hij ermee aan het spelen was.

Van dichtbij hoorde ik een gek geluid. Een jongedame in een rolstoel bleek het geluid te maken. Ze had een fraaie bos rode krullen, haar begeleider stond achter haar, die was iets aan het doen op haar telefoon. De begeleidster was jong en keek vol levensvreugde uit haar ogen. Toen de dame in de rolstoel nogmaals een onverstaanbaar geluid produceerde, begon ze liefdevol iets in het oor van de roodharige te fluisteren. Het gesprek leek te gaan over de regen die ons kortstondig teisterde. Op het moment dat ze zo dichtbij kwam met die glimlach wist ik dat ik te maken had met een engel.

Het luchtte me op de engel aan het werk te zien in deze tijden waarin we gedwongen zijn om ook het lijden te aanvaarden.

Ik lijk wel een dominee.

Of dat nog niet genoeg was zag ik die avond een stukje van de serie Ambulance Down Under. Een verpleegster bezocht een man die was geholpen aan een triggerfinger. De vinger voelde alsof hij er afgeschoten was, zei hij steeds. Zij kon niet veel voor hem doen maar hielp hem toch aan een pijnstiller. Toen ze wegging vroeg ze of ze nog iets anders voor hem kon doen. De man zei, lichtelijke beschaamd: misschien twee dollar voor een fles melk morgenochtend? De ambulancedame antwoordde: Twee dollar? Twee dollar heb ik wel voor u.

Ik had verwacht dat ze zou zeggen dat ze geen geld aan patiënten kon geven want dan kon ze wel aan de gang blijven en het paste niet in het beleid etc. Het was me duidelijk dat deze dame familie was van de rolstoelbegeleider. De hartverwarmende soort.

De arme stakker zei tegen haar: you’re a kind woman.

Ondertussen ben ik naar mijn moeder in Groningen gereisd omdat ze kwakkelt met haar gezondheid. In plaats dat zij mij kopjes koffie inschenkt en eten maakt, net als vroeger, doe ik dat nu voor haar. De rollen zijn omgedraaid. Met humor (de mijne welteverstaan) en verhalen uit de oude doos houden we ons staande, al dan niet aan de rollator.

De volgende ochtend kreeg ik een bericht dat de moeder van een goede vriend was overleden..

In mijn jeugd ging ik vaak bij die vriend logeren, net buiten Smilde. Magische tijden. In mijn herinnering was het daar altijd volop zomer, zowel in als buiten het huis.

Diezelfde middag belde ik die vriend om hem een hart onder de riem te steken. Hij vertelde dat zijn ouders mij hoog hadden zitten, wat wederzijds was.

De volgende dag ging ik met de auto richting Winsum om er even uit te zijn en om wat foto’s te maken. Ik stopte bij een roestige brug en nadat ik wat foto’s gemaakt had reed ik verder de desolate provincie in. Op de radio klonk opeens het nummer Vienna van Ultravox en ik was meteen in de kamer van die vriend, begin jaren 80. Hoe we samen naar dat nummer luisterden, hij had volgens mij de single gekocht. Dat begin met die elektronische drum, ook magisch.

Ik werd er melancholisch van en zette prompt de auto aan de kant om te gaan luisteren en schrijven.

Het is allemaal wat.

Zoals gewoonlijk had ik geen idee hoe te eindigen totdat mijn moeder vandaag een versje van vroeger hardop zei:

Mien laiverd, mien schraiverd, mien suuker in de thee. Wel zol die smokken als ik het nait dee?

Geplaatst in column | Getagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor Schuilen